Maandag 13 juni was, na wat uitstellingen, het rondje door de Vlaamse Ardennen. Een zevental toerders was zo gek om zich door mij te laten afbeulen op de Vlaamse hellingen, al dan niet voorzien van het prachtige wegdek bestaande uit kasseien.
's Morgens om 7 uur verzamelde we (Peter, Koen, Ronald, Eric, Eelco, Daniel enondergetekende) bij de McDrive aan de Kelvinstraat, laadde de fietsen in en reden vlot richting Oudenaarde. Helaas bleek de afslag Pinte welke we moesten hebben afgesloten en zo moesten we met een kleine omweg naar Oudenaarde. Daar aangekomen maakte we ons gereed voor vertrek, maar we gingen niet eerder weg dan dat we een bak koffie hadden gedaan op de Markt.Na deze verplichting gedaan te hebben gingen we daadwerkelijk op pad. Het eerste stuk was relatief simpel. Langs de Schelde ging het op Melden aan. Vanuit dit dorp stijgt de Koppenberg de hel in. Ik wees hem nog aan met de mededeling :"Die doen we vandaag niet". Ik vrees alleen dat de deelnemers mij nooit meer geloven als ik dat zeg, maar daarover later meer. Aangekomen in Berchen gingen we op voor de eerste en meteen langste helling van de dag, de Oude-Kwaremont (2.200 m, 4,2% gem). Deze helling is niet zozeer steil maar door de slecht liggende kasseien gewoon erg lastig. Niemand gebruikte de mogelijkheid om de klim te omzeilen zodat we allemaal deze helling konden noteren als "Gedaan".
Boven gekomen staken we de grote baan over en reden langs het monument van Karel van Wijndale, de oprichter van de Ronde van Vlaanderen. Vervolgens staken we weer de zelfde weg over en daalde weer af op weg naar de voet van de Paterberg. Deze klim met zijn 380 m en 13,7% gem is meteen een stuk lastiger te noemen. Voordeel is wel dat de kasseien hier redelijk netjes liggen. Ook hier kwam iedereen gewoon fietsend boven. Na het uithijgen was het meteen weer dalen geblazen. De bedoeling was om nu de Kortekeer te beklimmen. Helaas werden we hier wat afgeleid. Een groep Vlaamse Wielertoeristen, compleet met wegkapiteinen en de traditionele volgauto in de vorm van een Eend kwam ons achterop. Omdat de Eend was voorzien van een grote speaker op het dak met daaruit de muziek van een lokale radiozender besloten we aan te haken. Hierdoor vergaten we tijdig rechts af te slaan naar de Kortekeer en zo kwam het dat we weer in Melden stonden aan de voet van de Koppenberg.
Onder het mom van "nu we er toch zijn" werd ook deze lastige helling genomen (620 m 10,2 % gem). Na wat omzwervingen kwamen we uiteindelijk in Etikhove aan en pikte daar de Oranje route weer op en kwamen zo in het prachtige Maarkedal. Hier beklommen we achtereenvolgens de Varentberg en de Foreest, twee op zich niet zo heel lastige klimmen. Bovenop de Foreest sloegen we flauw links waar we scherp links hadden moeten gaan en raakte zo de route weer kwijt. Door een prachtig gebied en met wat snijden reden we op Brakel aan en namen we de Ten Bosse. Hier zagen we de Zwarte van Brakel lopen in de vorm van een zwarte kat. Omdat hier de finale van de Ronde meestal echt begint besloten Eelco en ik een heus Palinca-treintje te vormen om zo Ten Bosse op te denderen. Helaas stormde Peter op het laatst voorbij, maar te was de moeite waard.
Nu begon het te kriebelen. We naderde met rasse schreden Geraardsbergen, het doel van vele bij deze tocht. Helaas bleek op de Veste een markt te zijn. Daarom moesten we een alternatieve weg nemen, en beklommen zo de Muur van Geraardsbergen eigenlijk zoals hij echt is en in het Cot-a-Col boek beschreven staat. Hier is het vanaf de voet meteen aanpoten. Het tweede, en beroemde stuk, met de kasseien was weer een waar genot. De meeste vonden het eigenlijk wel meevallen en hem niet zo lastig als je op tv ziet bij de profs. Natuurlijk namen we ook nog de Kapelmuur waar ik van iedereen foto's heb gemaakt (www.flickr.com/fietspat).
Bij het Hemelryk was de rust gepland. Het merendeel deed zich tegoed aan een pannenkoek al dan niet met vruchten. Ik besloot een Mattentaart te nemen, naast de Muur de andere lokale bekendheid van Geraardsbergen.
Na de koffie ging het weer op Oudenaarde aan. De route was nu een stuk minder lastig. Op papier stonden slechts 2 hellingen vermeld (Eikenmolen en Rekelberg). Hoewel het bewolkt had hadden we het tot nu toe droog gehouden. Maar bij het naderen van Oudenaarde begon het te miezeren. Dit was eigenlijk een welkome verkoeling en was zo weer voorbij.
Aangekomen in Oudenaarde genoten we van een verfrissende douche in het "Centrum Ronde van Vlaanderen" en gingen daarna op zoek naar een gelegenheid om te eten. Iets wat ondanks de aanwezigheid van vele restaurants rondom de markt erg lastig was. De meeste Vlaamse koks beginnen pas om 18 uur met koken. Toch vonden we een gelegenheid waar we heel goed gegeten hebben. Zo konden we moe en voldaan weer richting Zoetermeer vertrekken en terugkijken op een geslaagde dag.
















Reacties
Een reactie posten